Verdwijnt de keukentafel?

Het gezinsbedrijf is de hoeksteen van de Nederlandse landbouw. Er zijn zelfs mensen die vinden dat de politiek er voor moet zorgen dat het gezinsbedrijf centraal moet staan in beleid, en zo nodig beschermd moet worden.

Economen daarentegen discussiëren juist of het gezinsbedrijf niet uitsterft. Niet omdat veel bedrijven het loodje leggen, maar omdat andere bedrijfsvormen wel eens efficiënter kunnen zijn. Ik kom net terug van een conferentie in Rome, waar we Nederlandse en Amerikaanse ervaringen uitwisselden.

We kennen wat organisatievormen in de landbouw betreft grofweg drie smaken: allereerst de keuterboeren (peasants in het Engels) die vooral voor eigen levensonderhoud boeren en alleen hun overschotten op de markt afzetten. Het is een bedrijfstype die vooral voorkomt op plekken waar markten niet goed werken en mensen zich niet kunnen specialiseren in datgene waar ze echt goed in zijn, zoals in Afrika en ook wel delen van Oost-Europa.

Vervolgens de gezinsbedrijven, waar de besluiten aan de keukentafel worden genomen en het gezin zowel eigenaar als manager is, de meeste arbeid en veel van het vermogen levert en de risico’s draagt. Hun inkomen is de beloning voor al die zaken, en wat ze nu precies per uur of per 100 euro vermogen verdienen is niet zo belangrijk. Als je van het totaal maar kunt leven en zo mogelijk investeren. En aan de keukentafel wordt besloten of we grond bijkopen of de keuken verbouwen.

En tot slot de meer industrieel opgezette bedrijven, zoals de thee- en suikerrietplantages of grootbedrijven als in Nederland de Wilhelminapolder: bedrijven met professionele managers, aparte investeerders/eigenaren, en veel betaalde arbeidskrachten. Bedrijf en privéhuishouding zijn hier door de markt volledig gescheiden. Van oudsher komen die bedrijven veel voor in ontwikkelingslanden waar locale boeren gebrek aan kennis/management en aan vermogen hebben, maar waar wel goedkope arbeid is. De plantage is dan een efficiënte oplossing.

Wat de meest geschikte organisatievorm (gezinsbedrijf of industrieel bedrijf) is, hangt af van twee zaken: specialisatie en beheerskosten. Specialisatie geeft in principe voordelen: een boer met een HAS-opleiding is te duur om de hele dag op de tractor te zitten en asperges steken kan je beter door goedkope Roemenen laten doen. Of boter en kaas laten maken door de coöperatie.

In de loop der tijd is de boer zich steeds meer op zijn core-business gaan toeleggen. In het grootbedrijf zijn er de meeste mogelijkheden voor specialisatie: de een plukt paprika’s, de ander verpakt ze en één van de ondernemers regelt de samenstelling van het substraat. Maar specialisatie gaat samen met de noodzaak van management, werkoverleg en toezicht: beheerskosten.

Soms kan je maar beter snel even wat zelf doen, dan het uitbesteden. Vooral toezicht is in de landbouw lastig: er zijn veel risico’s waardoor je niet weet of de slechte resultaten door toeval ontstaan of door de medewerker komen. Bedrijven zijn uitgestrekt, waardoor controle op medewerkers lastig is. Er is niet in alle tijden van het jaar evenveel werk, wat ook de mogelijkheden voor specialisatie beperkt.

Kortom: er is een tegenkracht aan de specialisatie die zelfs zo sterk is dat die in de landbouw het gezinsbedrijf concurrerender maakt dan het industriële bedrijf. Niet voor niets hadden de grootlandbouwbedrijven het in Nederland lange tijd moeilijk.

Maar die tegenkracht van de beheerskosten wordt zwakker: dat zien we al in de glastuinbouw en de intensieve veehouderij. Ook in de andere sectoren gebeurt dat: arbeidsmarkten werken beter, teelten gaan de grond uit. Door de informatica wordt veel meer meetbaar of zichtbaar en toezicht dus makkelijker, we begrijpen steeds meer van de plantengroei en kunnen dus beoordelen of afwijkingen komen door toeval of door de medewerker.

De beter werkende grondmarkt zorgt dat mensen zich op één teelt kunnen gaan specialiseren. Echtgenotes hebben in een opleiding geïnvesteerd en houden hun eigen baan aan. Gezinshuishouding en bedrijf worden meer gescheiden.

Dat alles verzwakt de positie van het klassieke gezinsbedrijf. Maar een reddingsactie is nog niet nodig, ook in veel van de grote bv’s in de varkenshouderij en tuinbouw herkennen we nog de kleinschaligheid van het mkb. En bovendien: C&A, SHV, Van der Valk, Ford, Cargill en Wall-mart zijn dan wel groot en geen gezinsbedrijf, maar nog altijd wel echte familiebedrijven.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende kijk op de landbouw
Lees hier het rapport Voorbij het Gezinsbedrijf

k.-poppe.jpg

maandag 15 juni 2009
Reacties bij dit artikel
Totaal: 1 reacties.
  • Door cor pierik - - 17-6-2009
    Het traditionele gezinsbedrijf voorbij. Dat is de situatie in de landbouw anno 2009. Nog steeds is het zo dat als je alle gezinnen op boerenbedrijven weghaalt er niet veel landbouw overblijft. Het zijn vaak heel andere gezinnen qua samenstelling, opleiding en vooral qua activiteiten. Veel meer dan vroeger participeren gezinsleden in andere bedrijven en organisaties. Deze opvatting komt van een boer die wel de Has deed, maar toch vandaag ongeveer 14 uur met plezier op een tractor heeft gezeten. Te duur? Geen sprake van!
Reageer

Tip de redactie

Tik hier je tip of idee, inclusief emailadres, aan Ziezo.biz!

Tip:


verplicht veld

Ziezo Vers


Volg BRUTUZ op:

Ziezo Columns


Ziezo Top 5

Meeste rozen per inwoner 1. Zevenhuizen-Moerkapelle 38,9
2. Midden-Delfland 14,0
3. Uithoorn 10,7
4. Lansingerland 9,6
5. Pijnacker-Nootdorp 9,0

Bron: CBS/Landbouw

Ziezo Cijfers

Cijfers 14 Wat hebben deze cijfers met elkaar te maken?

3.016
1.241
14

Stelling

Stelling

16-7-2010
De markt voor mijn product ziet er goed uit het komend halfjaar!


Ziezo Profile

Henri Hekman BLGG AgroXpertus
Tante Rikie Zwarte Cross
Cock van Bommel Elsman Marketing